De Banaliteit van het Juiste Woord

In zijn recente column waagt Sylvain Ephimenco zich aan een semantische exercitie die even voorspelbaar als pijnlijk is: is de catastrofe in Gaza nu ‘etnische zuivering’ of ‘genocide’? Terwijl huizen worden verpulverd en levens worden vernietigd, wordt in de kolommen van de krant een academisch debat gevoerd. Deze discussie is geen intellectuele verrijking; het is een belediging voor de lezer en, nog belangrijker, voor de slachtoffers. Het is een perfect voorbeeld van de banaliteit van het kwaad, waarbij de focus wordt verlegd van de onmenselijke realiteit naar een abstracte definitiestrijd.



Ephimenco’s analyse is symptomatisch voor een beproefde methode van afleiding en normalisering. Deze methode volgt een bekend patroon dat door de staat Israël en zijn verdedigers wordt gehanteerd:

Ontkenning: “We doen het niet.”

Minimalisering: “We deden het niet bewust, het was een ongeluk.”

Rechtvaardiging: “We deden het met opzet, maar het was volkomen gerechtvaardigd.”

Relativering: “We deden het met opzet en het was misschien niet gerechtvaardigd, maar het is nu eenmaal gebeurd en doet er niet meer toe.”

Ephimenco’s stuk past naadloos in deze strategie. Door te stellen dat het ‘eerder etnische zuivering dan genocide’ is, bagatelliseert hij de discussie niet, maar neemt hij deel aan een gevaarlijk spel. Hij stelt de lezer gerust: het is weliswaar “wreed, cynisch en dehumaniserend,” maar het is niet hét ultieme kwaad. Waarom hij meewerkt aan dit rookgordijn is een raadsel. Israël wordt immers al door dik en dun gesteund door de machtigste entiteiten ter wereld; deze intellectuele steunpilaren lijken overbodig, maar dienen blijkbaar om het geweten van de toeschouwer te sussen.

De drogredeneringen in zijn stuk zijn talrijk. De meest in het oog springende is de valse tegenstelling tussen etnische zuivering en genocide, alsof we moeten kiezen welke van deze twee afschuwelijke misdaden tegen de menselijkheid het ‘juiste’ label is. Dit leidt af van de kern: er worden op grote schaal misdaden gepleegd. Vervolgens hanteert hij een klassieke whataboutism met zijn “existentiële vraag”: wat hadden andere landen gedaan? Deze retorische vraag is geen zoektocht naar waarheid, maar een poging om de aandacht te verleggen van de dader naar een hypothetisch scenario, bedoeld om begrip en zelfs sympathie voor de agressor op te wekken. De gruweldaden van Hamas op 7 oktober waren ontegenzeggelijk barbaars, maar geen enkele misdaad rechtvaardigt het collectief straffen, uithongeren en verdrijven van een heel volk.

De kern van de zaak zou niet een semantisch debat moeten zijn, maar een onwankelbaar standpunt gebaseerd op humaniteit en mensenrechten. De Palestijnen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever hebben het recht om in vrede, vrijheid en waardigheid te leven. Als bezet volk hebben zij, volgens het internationaal recht, het recht op verzet. Dat recht is echter niet onbegrensd. Het rechtvaardigt geen terreur tegen burgers, net zoals de bezetting en de aanval op 7 oktober geen genocide of etnische zuivering rechtvaardigen.

Doen alsof een discussie over de correcte definitie van een massale slachting een normale bijdrage is aan het publieke debat, is op zichzelf een vorm van ontmenselijking. Het degradeert een humanitaire catastrofe tot een intellectuele puzzel. De echte vragen zijn niet of we het X of Y moeten noemen, maar hoe stoppen we dit? Hoe zorgen we voor gerechtigheid? En hoe garanderen we dat alle volkeren in die regio, Palestijnen en Israëliërs, een toekomst hebben die niet wordt gedefinieerd door geweld, bezetting en wederzijdse vernietiging? Elke discussie die niet bijdraagt aan een antwoord op die vragen, is niet alleen nutteloos, maar ook moreel failliet.

Reacties

Ephi's rookgordijn is geen raadsel hoor. De man is een Pied-Noir die geobsedeerd is door rancune vs arabieren en moslims. Het raadsel is waarom de hoofdredactie van (ooit verzetskrant) Trouw zijn gore bruine modder al decennia publiceert.
Nabrander: van grootvader Jefimenkow, die vluchtte voor Lenin & Trotsky, kreeg hij ook nog een nalatenschap vol vurig regressief-reactionair anticommunisme mee. Tel uit je winst.