Een land is geen wasmiddel

Het is een begrijpelijke reflex. Wanneer de politiek complex en gepolariseerd voelt, is de wens van een groep succesvolle ondernemers om ‘een handje te helpen’ en te streven naar ‘stabiliteit’ bijna prijzenswaardig (NRC, 11 juli Op de haringparty komen ondernemers van Stem voor Stabiliteit samen ‘om de politiek een handje te helpen’). Het getuigt van een zekere daadkracht, van een verlangen de impasse te doorbreken. Het initiatief ‘Stem voor Stabiliteit’ voelt als een kordate ingreep in een chaotisch proces.



De centrale vraag is echter wat de initiatiefnemers precies onder ‘stabiliteit’ verstaan. Men kan zich namelijk met enige verbazing afvragen hoe deze nobele wens zich verhoudt tot het steunen van de VVD, de partij die als geen ander de architect was van de recente instabiliteit. Het was immers die partij die het kabinet liet vallen over een detail in het asieldebat, om vervolgens een avontuur aan te gaan met een eenmanspartij zonder leden (PVV), een one-issuepartij (BBB) en een nieuwe partij gebouwd rond één persoon (NSC). Nadat dit experiment, volkomen voorspelbaar, was geklapt, moest diezelfde VVD met de grootst mogelijke moeite de destabiliserende factor PVV weer uitsluiten. Welke recente geschiedenis hebben de heren op de haringparty precies gemist, en wat is het dat zij niet lijken te begrijpen over de oorzaken van de instabiliteit die zij nu willen bestrijden?

Het antwoord ligt wellicht in de gekozen methode: een grootschalige reclamecampagne. Deze aanpak suggereert dat een politieke overtuiging, net als een wasmiddel, een product is dat met de juiste marketing in het bewustzijn van de kiezer kan worden geplaatst, ongeacht de recente prestaties van het ‘merk’. De vraag is of het bestuur van een land gebaat is bij de logica van de advertentie, die per definitie de werkelijkheid vereenvoudigt tot een slogan.

De roep om een ‘stabiel investeringsklimaat’ is legitiem. Maar een écht stabiel land rust op een dieper fundament: dat van wederzijds vertrouwen en het gevoel dat iedereen gehoord wordt. Het is de vraag of een van bovenaf gefinancierde campagne, die de feitelijke onruststoker presenteert als brenger van rust, dat delicate fundament versterkt of juist erodeert. Het verraadt een visie op de burger als een passieve consument die overtuigd moet worden, in plaats van als een actieve deelnemer aan een gedeelde samenleving.

De claim dat ‘de waarheid in het midden ligt’ is eveneens troostrijk in zijn eenvoud. Maar wat als de echte uitdagingen van ons land vragen om nieuwe, moedige ideeën die niet netjes in het midden passen? De focus op dit ‘midden’ lijkt dan minder een zoektocht naar waarheid, en meer een verlangen naar voorspelbaarheid; een poging om de weerbarstige realiteit in een vertrouwd model te persen.

Het initiatief is ongetwijfeld goed bedoeld. Maar het risico is dat het de politiek reduceert tot een oppervlakkig merkenspel. Echte stabiliteit wordt niet gekocht met een campagne. Die groeit van onderop, vanuit het gezonde verstand en het rechtvaardigheidsgevoel van burgers die zich wél betrokken voelen bij de complexe realiteit. Het zou zomaar kunnen dat de ondernemers, in hun zoektocht naar eenvoud, die diepere, duurzamere vorm van stabiliteit – waar ook zij van afhankelijk zijn – over het hoofd zien.

Reacties