De intellectuele armoede van de 'Drie tekorten': Waarom Ephimenco’s analyse niet alleen gevaarlijk, maar ook lui is
In zijn recente column in Trouw presenteert Sylvain Ephimenco een narratief dat pijnlijk voorspelbaar is: de suggestie dat de tekorten aan water, stroom en woningen in Nederland de oorzaak zijn van bevolkingsgroei door migratie. Hij noemt migratie de "olifant in de kamer". In werkelijkheid is de echte olifant in de kamer de decennialange politieke onwil om de industrie aan te pakken en een visieloos neoliberaal beleid dat vitale infrastructuur heeft laten verrotten. Het koppelen van deze crises aan migratie is niet alleen een racistische reflex, het is bovenal intellectueel lui en feitelijk onjuist.
De Mythe van de 'Dorstige Monden'
Ephimenco begint zijn betoog bij de watervoorziening en haalt de 129 liter per dag aan die een Nederlander gemiddeld verbruikt. Het framen van watertekort als een probleem van "dorstige monden" getuigt van een fundamenteel onbegrip van de waterketen. Terwijl de burger wordt aangemoedigd korter te douchen, verbruikt de industrie in Nederland astronomische hoeveelheden drinkwater en grondwater voor processen waarbij koeling en productie voorrang krijgen boven menselijke behoeften. De industrie betaalt bovendien vaak slechts een fractie van wat de consument betaalt voor drinkwater. Het echte gevaar voor onze drinkwatervoorziening is niet de consumptie door nieuwkomers, maar de structurele vervuiling door grootverbruikers. Lozingen van PFAS, medicijnresten en landbouwgif maken de zuivering van drinkwater steeds complexer en duurder. Migratie heeft nul invloed op de chemische belasting van onze bodem door multinationals, maar door de focus op demografie te leggen, ontslaat Ephimenco de werkelijke vervuilers van hun verantwoordelijkheid.
Stroom en Woningen: Wanbeleid als Brandstof
Het stroomnet zit 'op slot', aldus de column. Maar de suggestie dat dit komt door de individuele burger is lachwekkend. Het stroomnet kraakt onder de explosieve groei van datacenters en de ongecontroleerde elektrificatie van industriële zones die jarenlang voorrang kregen boven de verzwaring van de publieke infrastructuur. Netbeheerders hebben de energietransitie niet gemist door te veel immigranten, maar door een gebrek aan centrale regie en investeringsdrang vanuit de overheid ten gunste van verouderde industrie. Hetzelfde geldt voor de woningnood. Ephimenco hanteert de cijfers van het CBS alsof woningen natuurverschijnselen zijn die simpelweg opraken. De woningcrisis is een directe consequentie van politieke keuzes: het afschaffen van het Ministerie van Volkshuisvesting, de introductie van de verhuurderheffing (die woningcorporaties miljarden kostte) en het openzetten van de markt voor buitenlandse vastgoedbeleggers. Door de schuld bij migratie te leggen, wordt een aanbodcrisis, veroorzaakt door politiek beleid dat particulier vastgoed bevoordeelt, verhuld als een vraagcrisis veroorzaakt door 'de ander'.
De 'Domheid' van de Zondebok
Het is "dom" om te veronderstellen dat een stop op migratie de genoemde problemen zou oplossen. Zelfs als er vandaag een muur om Nederland zou worden gebouwd, blijft de industrie water vervuilen, blijft het energienet verouderd en blijft de woningmarkt een speeltuin voor speculanten. Bovendien is de ironie groot: juist voor de bouw van nieuwe huizen en het verzwaren van het stroomnet zijn handen nodig die we in een vergrijzende samenleving vaak uit het buitenland moeten halen. Racisme in een Pragmatisch Jasje Het is een klassieke tactiek om xenofobie te verpakken als 'nuchtere analyse'. Door te stellen dat de bevolkingstoename "volledig op het conto van migratie" komt en dit te koppelen aan het feit dat er straks geen water meer uit de kraan komt, creëert Ephimenco een existentieel angstbeeld. Hij suggereert een direct causaal verband tussen de aanwezigheid van migranten en het uitvallen van basisvoorzieningen voor de 'autochtone' burger. Dat is de definitie van racisme: een minderheidsgroep aanwijzen als de bron van alle kwaad in een falend systeem.
Conclusie
De analyse van Ephimenco is niet dapper omdat hij een taboe doorbreekt; zij is laf omdat zij de macht ontziet. Het is veel makkelijker om naar de grens te wijzen dan naar de directiekamers van vervuilende industrieën of de ministeries waar infrastructuur jarenlang is genegeerd. Een samenleving die haar problemen op migranten projecteert, verblindt zichzelf voor de werkelijke oplossingen. We hebben geen tekort aan water, stroom of huizen door migratie; we hebben een tekort aan visie, lef en rechtvaardige verdeling. Ephimenco’s column is niets meer dan de intellectuele capitulatie van een columnist die weigert naar de bron van het lek te kijken.
Ephimenco begint zijn betoog bij de watervoorziening en haalt de 129 liter per dag aan die een Nederlander gemiddeld verbruikt. Het framen van watertekort als een probleem van "dorstige monden" getuigt van een fundamenteel onbegrip van de waterketen. Terwijl de burger wordt aangemoedigd korter te douchen, verbruikt de industrie in Nederland astronomische hoeveelheden drinkwater en grondwater voor processen waarbij koeling en productie voorrang krijgen boven menselijke behoeften. De industrie betaalt bovendien vaak slechts een fractie van wat de consument betaalt voor drinkwater. Het echte gevaar voor onze drinkwatervoorziening is niet de consumptie door nieuwkomers, maar de structurele vervuiling door grootverbruikers. Lozingen van PFAS, medicijnresten en landbouwgif maken de zuivering van drinkwater steeds complexer en duurder. Migratie heeft nul invloed op de chemische belasting van onze bodem door multinationals, maar door de focus op demografie te leggen, ontslaat Ephimenco de werkelijke vervuilers van hun verantwoordelijkheid.
Stroom en Woningen: Wanbeleid als Brandstof
Het stroomnet zit 'op slot', aldus de column. Maar de suggestie dat dit komt door de individuele burger is lachwekkend. Het stroomnet kraakt onder de explosieve groei van datacenters en de ongecontroleerde elektrificatie van industriële zones die jarenlang voorrang kregen boven de verzwaring van de publieke infrastructuur. Netbeheerders hebben de energietransitie niet gemist door te veel immigranten, maar door een gebrek aan centrale regie en investeringsdrang vanuit de overheid ten gunste van verouderde industrie. Hetzelfde geldt voor de woningnood. Ephimenco hanteert de cijfers van het CBS alsof woningen natuurverschijnselen zijn die simpelweg opraken. De woningcrisis is een directe consequentie van politieke keuzes: het afschaffen van het Ministerie van Volkshuisvesting, de introductie van de verhuurderheffing (die woningcorporaties miljarden kostte) en het openzetten van de markt voor buitenlandse vastgoedbeleggers. Door de schuld bij migratie te leggen, wordt een aanbodcrisis, veroorzaakt door politiek beleid dat particulier vastgoed bevoordeelt, verhuld als een vraagcrisis veroorzaakt door 'de ander'.
De 'Domheid' van de Zondebok
Het is "dom" om te veronderstellen dat een stop op migratie de genoemde problemen zou oplossen. Zelfs als er vandaag een muur om Nederland zou worden gebouwd, blijft de industrie water vervuilen, blijft het energienet verouderd en blijft de woningmarkt een speeltuin voor speculanten. Bovendien is de ironie groot: juist voor de bouw van nieuwe huizen en het verzwaren van het stroomnet zijn handen nodig die we in een vergrijzende samenleving vaak uit het buitenland moeten halen. Racisme in een Pragmatisch Jasje Het is een klassieke tactiek om xenofobie te verpakken als 'nuchtere analyse'. Door te stellen dat de bevolkingstoename "volledig op het conto van migratie" komt en dit te koppelen aan het feit dat er straks geen water meer uit de kraan komt, creëert Ephimenco een existentieel angstbeeld. Hij suggereert een direct causaal verband tussen de aanwezigheid van migranten en het uitvallen van basisvoorzieningen voor de 'autochtone' burger. Dat is de definitie van racisme: een minderheidsgroep aanwijzen als de bron van alle kwaad in een falend systeem.
Conclusie
De analyse van Ephimenco is niet dapper omdat hij een taboe doorbreekt; zij is laf omdat zij de macht ontziet. Het is veel makkelijker om naar de grens te wijzen dan naar de directiekamers van vervuilende industrieën of de ministeries waar infrastructuur jarenlang is genegeerd. Een samenleving die haar problemen op migranten projecteert, verblindt zichzelf voor de werkelijke oplossingen. We hebben geen tekort aan water, stroom of huizen door migratie; we hebben een tekort aan visie, lef en rechtvaardige verdeling. Ephimenco’s column is niets meer dan de intellectuele capitulatie van een columnist die weigert naar de bron van het lek te kijken.

Reacties