Lees hier het originele commentaar.
Oorlog is wreed. Dat was altijd al zo en dat is nooit veranderd, alleen in deze tijd is dat veel beter in beeld te brengen doordat de observatie- en communicatiemiddelen zijn verbeterd en voor iedereen verkrijgbaar zijn. Daardoor is het voor niemand meer moeilijk overzicht te houden over het slagveld. Voor verslaggevers geldt dat ook. Dat brengt meer verantwoordelijkheid met zich mee. Omdat er een goede afweging van informatie gemaakt moet worden, want de lezer heeft ook beschikking over veel informatie. Dat voorkomt tevens dat zij een speelbal worden van de strijdende partijen, tenzij ze daar zelf voor kiezen.
In een oorlog is er niet alleen de strijd op het slagveld, maar ook de strijd om de publieke opinie. Dat geldt eens te meer in het huidige conflict tussen Israël en Hezbollah. Geen van de partijen lijkt in staat een beslissend militair voordeel te halen en daarom spannen zij zich extra in om de beeldvorming te beïnvloeden. Wie is in de ogen van het publiek de dader en wie het slachtoffer, wie de agressor en wie de aangevallene, wie de overwinnaar en wie de verliezer? Vraag is daarbij of de media zich ook zo moeten opstellen. Verslaglegging is feiten weergeven en niet partij kiezen.
De ‘beestachtige, moorddadige slechtheid van Israël’ is buiten het Midden-Oosten niet voldoende op de televisieschermen te zien. Ook zouden er meer berichten over raketten op Haifa zijn dan over woonwijken in Beiroet die met de grond gelijk gemaakt zijn, luidt de klacht van de Hezbollah. ‘Er wordt een verdraaid beeld gegeven, waarin het slachtoffer de aanvaller is’, heeft Hezbollah leider Nasrallah gezegd. Daarom nemen zijn persvoorlichters graag buitenlandse verslaggevers bij de hand om hen naar Libanese gezinnen te begeleiden waarvan de kinderen zijn omgekomen door Israëlische bombardementen.
Hoewel Israël slechts bij een enkeling in het Midden-Oosten op krediet mag rekenen, is zij zeker in de ogen van de westerse machthebbers het slachtoffer van onmenselijke terreur, dat nu al vier weken moedig strijd tegen de laffe terroristen van de Hezbollah. Dat Israël nog geen echte successen heeft geboekt in de strijd is eigenlijk al verliezen. Jammer genoeg deinst Israël er niet voor terug om burgers en kinderen te doden bij de bombardementen. De media kunnen berichtgeving daarover door de komst van internet niet meer mijden. Israël moet zich daarvan bewust zijn en dat dus bij het volle verstand doen. Een strategische blunder.
Zo worden er door alle partijen pogingen ondernomen de media te beïnvloeden dan wel ronduit te manipuleren. Soms zijn ze zo evident dat er meteen ingegrepen kan worden, zoals in het recente geval van de Mossad die beweert dat de Iraanse Revolutionaire Garde meevecht in Zuid-Libanon. Deze berichten verdwenen terecht meteen uit zicht.
Verder was er ophef over ‘de man met de helm’. De man – mogelijk iemand van Hezbollah – zou in wie zij een Hezbollah-strijder vermoedden, een paar uur lang met het kinderlijkje langs fotografen zijn gereden. Echter de bronnen van deze beschuldigingen kunnen we niet verifiëren. De blogs die dit beweren lijken namelijk sterk pro-Israëlisch. Daarnaast ontkennen de persbureaus dat dit is gebeurd. Er blijven dus altijd vragen.
Journalisten moeten elke dag evenwichtig en onpartijdig te werk gaan. Maar in tijden van oorlog dienen zij nog alerter te zijn op wie hen probeert te beïnvloeden en hoe zij zelf de zaken weergeven.
Oorlog is wreed. Dat was altijd al zo en dat is nooit veranderd, alleen in deze tijd is dat veel beter in beeld te brengen doordat de observatie- en communicatiemiddelen zijn verbeterd en voor iedereen verkrijgbaar zijn. Daardoor is het voor niemand meer moeilijk overzicht te houden over het slagveld. Voor verslaggevers geldt dat ook. Dat brengt meer verantwoordelijkheid met zich mee. Omdat er een goede afweging van informatie gemaakt moet worden, want de lezer heeft ook beschikking over veel informatie. Dat voorkomt tevens dat zij een speelbal worden van de strijdende partijen, tenzij ze daar zelf voor kiezen.
In een oorlog is er niet alleen de strijd op het slagveld, maar ook de strijd om de publieke opinie. Dat geldt eens te meer in het huidige conflict tussen Israël en Hezbollah. Geen van de partijen lijkt in staat een beslissend militair voordeel te halen en daarom spannen zij zich extra in om de beeldvorming te beïnvloeden. Wie is in de ogen van het publiek de dader en wie het slachtoffer, wie de agressor en wie de aangevallene, wie de overwinnaar en wie de verliezer? Vraag is daarbij of de media zich ook zo moeten opstellen. Verslaglegging is feiten weergeven en niet partij kiezen.
De ‘beestachtige, moorddadige slechtheid van Israël’ is buiten het Midden-Oosten niet voldoende op de televisieschermen te zien. Ook zouden er meer berichten over raketten op Haifa zijn dan over woonwijken in Beiroet die met de grond gelijk gemaakt zijn, luidt de klacht van de Hezbollah. ‘Er wordt een verdraaid beeld gegeven, waarin het slachtoffer de aanvaller is’, heeft Hezbollah leider Nasrallah gezegd. Daarom nemen zijn persvoorlichters graag buitenlandse verslaggevers bij de hand om hen naar Libanese gezinnen te begeleiden waarvan de kinderen zijn omgekomen door Israëlische bombardementen.
Hoewel Israël slechts bij een enkeling in het Midden-Oosten op krediet mag rekenen, is zij zeker in de ogen van de westerse machthebbers het slachtoffer van onmenselijke terreur, dat nu al vier weken moedig strijd tegen de laffe terroristen van de Hezbollah. Dat Israël nog geen echte successen heeft geboekt in de strijd is eigenlijk al verliezen. Jammer genoeg deinst Israël er niet voor terug om burgers en kinderen te doden bij de bombardementen. De media kunnen berichtgeving daarover door de komst van internet niet meer mijden. Israël moet zich daarvan bewust zijn en dat dus bij het volle verstand doen. Een strategische blunder.
Zo worden er door alle partijen pogingen ondernomen de media te beïnvloeden dan wel ronduit te manipuleren. Soms zijn ze zo evident dat er meteen ingegrepen kan worden, zoals in het recente geval van de Mossad die beweert dat de Iraanse Revolutionaire Garde meevecht in Zuid-Libanon. Deze berichten verdwenen terecht meteen uit zicht.
Verder was er ophef over ‘de man met de helm’. De man – mogelijk iemand van Hezbollah – zou in wie zij een Hezbollah-strijder vermoedden, een paar uur lang met het kinderlijkje langs fotografen zijn gereden. Echter de bronnen van deze beschuldigingen kunnen we niet verifiëren. De blogs die dit beweren lijken namelijk sterk pro-Israëlisch. Daarnaast ontkennen de persbureaus dat dit is gebeurd. Er blijven dus altijd vragen.
Journalisten moeten elke dag evenwichtig en onpartijdig te werk gaan. Maar in tijden van oorlog dienen zij nog alerter te zijn op wie hen probeert te beïnvloeden en hoe zij zelf de zaken weergeven.
Reacties