Het ongemak van de socioloog is geen onderdrukking

 

Het is bijna bewonderenswaardig hoe Jolande Withuis en de Volkskrant erin slagen om in 2026 exact hetzelfde stuk te publiceren dat we al sinds 2018 in talloze variaties voorgeschoteld krijgen. Het getuigt van een intellectuele luiheid die stuitend is: wederom worden dezelfde Amerikaanse essayisten van stal gehaald om een specifiek Nederlands onbehagen te legitimeren, zonder dat er ook maar één millimeter dieper wordt gegraven in de werkelijke maatschappelijke dynamiek. Dat Withuis, nota bene socioloog, de complexiteit van hedendaagse emancipatie reduceert tot een karikatuur van ‘taalpolitie’ en ‘morele elite’, is een brevet van onvermogen dat een serieus podium onwaardig is.

Laten we beginnen bij de kern, want Withuis hanteert een definitie van 'woke' die uitsluitend is gebouwd op haar eigen irritatie. In essentie is woke niets meer dan het actief bewust zijn van systemische ongelijkheid en sociaal onrecht. Het is het inzicht dat neutraliteit vaak de status quo beschermt en dat machtsstructuren—of die nu gaan over racisme, seksisme of validisme—verweven zitten in onze taal, instituten en dagelijkse omgangsvormen. Het is geen "collectieve verstandsverbijstering", maar een analytisch kader dat de wereld bekijkt door een bril van rechtvaardigheid. Dat dit kader ongemakkelijk is voor de gevestigde orde, waartoe een gelauwerd auteur die decennialang de kolommen vult onmiskenbaar behoort, is logisch. Maar ongemak is geen onderdrukking, en een kritische kanttekening bij bevoorrechting is geen totalitarisme.

Withuis probeert haar punt te maken door een valse strijd te creëren tussen de Groningse arbeider en de progressieve burger. Het is een klassieke afleidingsmanoeuvre: ze misbruikt de werkelijke noden van mensen in Pekela of Beerta als menselijk schild om haar eigen onwil tot luisteren te maskeren. Emancipatie is namelijk geen taart waarvan de stukken opraken; het erkennen van institutioneel racisme betekent niet dat de armoede in Oost-Groningen er niet meer toe doet. Sterker nog, de kern van de beweging die zij zo verguist, is juist het analyseren van hoe klasse en kleur elkaar versterken. Door deze groepen tegen elkaar uit te spelen, doet zij precies datgene waar ze 'woke' van beticht: het zaaien van verdeeldheid.

De vergelijking met het oude communisme en de suggestie van een "gedachtenpolitie" is een luie manier om legitieme maatschappelijke kritiek te framen als een gevaar voor de democratie. Wanneer een nieuwe generatie vraagt om kritisch naar taalgebruik te kijken, is dat geen "taalzuivering", maar een uitnodiging tot reflectie op de macht die in woorden besloten ligt. Het is pijnlijk om te zien hoe een socioloog de slachtofferrol claimt zodra haar wereldbeeld wordt uitgedaagd. De suggestie dat zij, vanuit haar veilige positie, eenzijdig mag bepalen wat een "normaal gesprek" is, getuigt van een diepe superioriteitswaan.

Een werkelijk volwassen discussie over emancipatie begint bij de erkenning dat de ervaring van de ander leidend is in hun eigen bevrijdingsstrijd. Het is beschamend dat een wetenschapper de roep om erkenning van gemarginaliseerde groepen wegzet als een groter gevaar dan de gapende kloof tussen arm en rijk. We moeten stoppen met deze gemakzuchtige clickbait-opinies die alleen dienen om het ego van de gevestigde orde te strelen. Het is tijd voor een debat waarin we niet alleen praten over de ander, maar waarin we de machtsstructuren die Withuis zo vurig verdedigt, durven te ontmantelen zonder direct in een verongelijkte kramp te schieten.


Reacties